Verplichte opvoedingscursussen: alsjeblieft niet!

september 2010 Mama

Er komen steeds meer cursussen opvoedingsondersteuning. Hopelijk wordt het volgen van zo’n cursus geen verplichting.

Verplichte opvoedingscursussen: alsjeblieft niet!

Er komen steeds meer cursussen opvoedingsondersteuning. Hopelijk wordt het volgen van zo’n cursus geen verplichting.

Hellen Kooijman

Onder de kop ‘gewoon terugbijten’ stond vorige maand in het blad J/M Pubers een artikel waarin zes opvoeddeskundigen vertelden over de meest waardevolle en meest beroerde opvoedtips die ze zelf ooit kregen. Een van de ‘slechtste tips’ zou zijn: terugbijten als je kind zijn peutermaatjes, papa of mama bijt. De opvoeddeskundige had dat op aanraden van een vriendin wel gedaan. Met als enige effect een nog angstiger dochter.

Ik heb het ook ooit gedaan. Mijn dochtertje was een jaar of twee toen ze me ineens in mijn arm beet. Heel hard, diep door het vlees. Na de daad keek ze me met grote pretogen aan. Toen ik ‘auau’ loeide, werd ze nog vrolijker. Ik probeerde het met praten, straffen. Het hielp geen snars. Ze deed het daarna lachend nog een paar keer. Tot ik dacht: Jemig, ze weet gewoon niet hoe zo’n beet voelt. En ja, dat wat nooit mag, deed ik. Ik knauwde in haar tere peuterhuidje. Ze gilde het uit van de pijn. Maar ik zag dat ze het doorhad: ‘Dit doet heel veel pijn’. Ze heeft het nooit meer gedaan. Ik werd daarom een beetje boos van dat artikel. Hoezo slecht? Ik was in een andere situatie, met een ander kind. Bovendien ben ik een andere moeder.

Jaren geleden al riepen opvoeddeskundigen en psychiaters als de inmiddels overleden Andries van Dantzig al dat ze wilden dat opvoedcursussen voor alle ouders verplicht zouden worden. Het zou voorkomen dat ouders gaan slaan. Samen met hoogleraar Rechten van het kind Jan Willems van de Vrije Universiteit uitte hij deze wens aan een ieder die het maar wilde horen. Willems hield zelfs een pleidooi voor een verplichte opvoedcursus voor iedereen die een kind wil maken. Wie bij die cursus niet komt opdagen krijgt geen kinderbijslag. “We verlangen wel van mensen dat ze theorie- en praktijkexamen doen als ze willen autorijden. Daar wachten we toch ook niet mee tot ze een ongeluk maken”, aldus Willems. En Minister Rouvoet van het ministerie voor Jeugd en Gezin probeerde in 2007 zelfs een Kamermeerderheid warm te krijgen voor een opvoedcursus voor alleman. Dat lukte gelukkig niet. Maar ik sluit niet uit dat een nieuwe minister het wel voor elkaar krijgt.

De weg ernaartoe wordt in ieder geval al flink geplaveid. Met meningen van opvoeddeskundigen, die menen dat je niet zus, maar zo. En tot mijn ontsteltenis ook door ouders zelf. Op verschillende internetfora schrijven ouders een verplichte opvoedcursus voor iedereen een goede actie vinden. Het zou het taboe over opvoedproblemen doorbreken, alle ouders een steuntje in de rug geven en ach ja, baat het niet, dan schaadt het niet.

Dat laatste geloof ik niet. Kijk, ik kan me voorstellen dat sommige ouders er baat bij hebben. Ik schrijf veel over jeugdzorg. Daar hoor je over ouders waarvan je denkt: ja, als die wat eerder bijgestuurd werden. Dan waren er wellicht minder klappen uitgedeeld. En ik begrijp ook wel dat als alle ouders standaard zo’n cursus doen, je degene die het nodig hebben er mooi  in meeneemt. Want die gaan natuurlijk niet vrijwillig als enige op les. Dat voelt als discriminatie. En dan willen ze niet meer.

Maar wat moet ik daar als doorsnee moeder mee? Ik doe het, net als negentig procent van de ouders in Nederland, helemaal niet slecht. En dan zou ik mij door een ‘expert’ laten vertellen hoe het beter zou kunnen?

Natuurlijk, elke ouder twijfelt weleens. Vooral bij een eerste kind weet je vaak niet wat je overkomt. Is dit wel normaal, vroeg ik me af toen mijn pasgeboren dochtertje meer dan 22 uur per dag sliep. Toen ik belde naar het consultatiebureau, zeiden ze: ‘Mevrouw, ben blij!’.  Ook nu nog –  ze is inmiddels zes – trek ik regelmatig mijn wenkbrauwen op. Hoe ga je bijvoorbeeld om met het Oostindisch doof zijn van je kind. “Kom je aan tafel?” Niente, niets. “Kom, aan tafel.” Weer niets. Vaak doe ik dan wat ik zelf het beste vind. In dit geval pal voor haar neus gaan staan, kinnetje naar me toedraaien en zeggen: ‘Heb jij geen oren?’. Zodra dat niet meer werkt, proberen we weer wat anders.

Ouders zijn de weg kwijt, lees ik regelmatig. Ze zouden onzeker zijn en de netwerken ontberen die hun moeders vroeger raadpleegden: moeders, oma’s, zussen,vriendinnen. Bovendien zou er een taboe rusten op het naar buiten brengen van je twijfels als opvoeder. Misschien ben ik een rare snuiter. Maar ik doe dat wel hoor. Ik praat over mijn onzekerheden en twijfels. Met mijn eigen moeder, mijn schoonmoeder, mijn zus, vriendinnen en zelfs met ouders van kinderen op school.

Stel dat ik naar zo’n opvoedingscursus zou moeten. Ik zie het al voor me. Een groepje ouders met hun schriftje paraat – je onthoud immers niet alle vragen – in een zaaltje. Voor het diascherm een opvoedexpert. In het slechtste geval is dat een blonde paardenstaart van 25 zonder kinderen. Ik roep hier vast de wrevel van half Nederland over me heen. Maar ik vind echt: als je over opvoeding praat, moet je zelf kinderen hebben. En zo’n ‘boekjesexpert’ zou dan moeten bepalen of ik wel of niet de juiste regels toepas in het kader van positief opvoeden?  Is het niet zo dat het oude gezegde ‘niemand kent zijn kind beter dan de eigen moeder’ gewoon klopt. Als ik mijn kind bijt, doe ik dat omdat ik voel dat dit effect heeft. Ik voed op uit intuïtie. En zo voeden heel veel van mijn vriendinnen, kennissen en buurvrouwen op.  We zijn misschien geen superopvoeders, maar over het algemeen loopt het best lekker.

En daarom ben ik pertinent tegen opvoedingsondersteuning voor alle ouders. Het smoort de intuïtie van papa’s en mama’s. Want zodra je beredeneerde regeltjes moet gaan toepassen, doe je het al niet meer op gevoel. Opvoedcursussen weerhouden ouders van het zelf experimenteren met opvoeden. Waardoor je leert hoe jij en je kind in elkaar steken. Welke aanpak het beste is,  is immers toch al door experts bewezen. Waarom dan zelf het wiel uitvinden? Bovendien is het een aanslag op de diversiteit in opvoeden. Want er wordt uitgegaan van dezelfde basisregels: goede verzorging, niet slaan, positief blijven, consequent en – vooral bij oudere kinderen – uitleggen waarom je doet wat je doet. ‘Nee, je mag nu geen koekje. Dan eet je straks geen avondeten.’ Als dat werkt, prima. Maar waarom zou de mama die botweg ‘nee’ zegt, zonder uitleg, het minder goed doen? Misschien is dat wat haar kind nodig heeft. En is die mama die haar jengelende zoontje een tik tegen zijn billen geeft, een potentiële cliënt van Bureau Jeugdzorg?  Ofwel: Ik vrees dat we straks allemaal een opvoeddiploma moeten halen, en dat dit soort opvoedmanoeuvres dan veroordeeld worden als ‘fout’ en de ouder in kwestie als een slechte opvoeder. Terwijl dat niet zo hoeft te zijn.

Ooit interviewde ik Jan Bransen, hoogleraar filosofie van de gedragswetenschappen. Opvoeden is volgens hem geen losstaande actie, maar iets wat je automatisch doet. Door te leven en je kinderen daarin mee te nemen. “Er zijn geen te isoleren activiteiten die je kunt benoemen als opvoeden. Alsof je het over het zwaaien van de armen van een wandelaar praat. Dat zwaaien is gewoon een neveneffect.” Kinderen leren het meest door te zien hoe jij met jezelf omgaat, meent de hoogleraar. En dat zien ze continue. Je focus moet daarom niet liggen op het kind, maar op jezelf. ‘ Zorg maar gewoon voor je eigen leven.’

Ik kan me er prima in vinden. Zorg voor jezelf, weet waar je staat en laat je niet teveel leiden door al die anderen die zeggen dat het zo of zo moet. Er is niet een weg. Er zijn er miljoenen. Evenals er miljoenen verschillende ouders en kinderen zijn.

Mama, september 2010

Tags:

Gerelateerd

Gewoon pech. Als je moeder borstkanker heeft

Een is genoeg