Bang Nederland

Nederland lijkt veranderd te zijn van een liberaal land naar een xenofobe, intolerantie natie. De redenen? Angst en onzekerheid onder de bevolking plus politici die daar gretig misbruik van maken.

Auteur: Hellen Kooijman

Voor de Bulgaarse versie op de website van Capital, klik hier

(Dit artikel verscheen in vertaling van Sonnimir Pantschevski op 28-10-2011 in de Bulgaarse krant Kapital – zie www.capital.bg. Voor de PDF van dit artikel in het Bulgaars zie de Bulgaarse tag op deze website)

Onlangs was er weer eens een aanvaring in de Nederlandse politieke arena. Minister-president Mark Rutte wees de PVV (Partij voor de Vrijheid) van Geert Wilders op een opmerking die een PVV-parlementarier had gemaakt over de premier van Turkije, Recep Erdogan. Dat zou een ‘islamitische aap’ zijn. “Dat is een totaal bizarre en te verwerpen uitspraak”, aldus Rutte. De PVV verweerde zich met de opmerking dat dit niet gezegd was, maar dat het ging om het gezegde: ‘Nu komt de islamitische aap uit de mouw en hij heet Edrogan’.

Er is wat veranderd in Nederland. Het land dat bekend stond om zijn tolerantie en liberale sofdrugsbeleid, het land ook dat enthousiast aan de wieg stond van de Europese Unie… dat land lijkt te zijn verdwenen. Anno 2011 worden steeds meer coffeeshops gesloten, worden vluchtelingen nauwelijks meer toegelaten en waait er een nationalistische en anti-Europese wind.

‘Wat is er aan de hand met Nederland’ vraagt zich de rest van de wereld af. Veel EU-lidstaten kijken met schuine ogen naar het land dat voorheen zo liberaal leek, maar waar nu een nationalistische anti-Europese wind lijkt te waaien. De Poolse media vroegen zich deze zomer massaal af hoe het toch komt dat het eens zo gastvrije Nederland de Poolse werknemers afschildert als dronkenlappen en wegmisbruikers. Maar ook Roemenie en Bulgarije kijken sinds de Nederlandse blokkade van hun toetreding tot de paspoortvrije Schengenzone met verbaasde ogen naar ons.

Vervolg… Bang Nederland Het bijna xenofobe ‘wereldbeeld’ dat Nederland lijkt te hebben kan vooral geschreven worden op conto van de gedoogpartij van het kabinet Rutte: de PVV van Geert Wilders. De PVV werd opgericht in 2005, nadat Wilders uit de VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie) was gestapt. De partij kreeg sinds die tijd een groeiende aanhang, vooral door tekeer te gaan tegen moslims en de islam: Volgens Wilders zijn moskeeën “haatpaleizen” en moet er een ‘kopvoddentaks’ komen op het dragen van een hoofddoek. Verder is de PVV tegen ‘iedere uitbreiding van de EU’ en wil het een slot op Europa tegen migranten. De ‘ijkpersonen’ van deze partij zijn Henk en Ingrid, twee lager opgeleide Nederlanders die al hard werkend geconfronteerd worden met hun – volgens de PVV – onaangepaste allochtone buren en politici die niet naar hun klachten luisteren. Door de economische crisis hebben Henk en Ingrid te maken met de dreiging van werkeloosheid, een hogere pensioengerechtigde leeftijd en minder koopkracht. Deze groep van Nederlanders vormen het ideale electoraat van de PVV. De partij richt zich in haar programma niet op links of rechts, maar pikt daar elementen uit die mensen als Henk en Ingrid aanspreken: van ‘rechts’ de hardere maatregelen tegen (criminele) migranten, van ‘links’ het in stand houden van  een comfortabel sociaal vangnet. De PVV belooft het allemaal, in een taal die iedereen begrijpt.
Tijdens de parlementsverkiezingen van 2010 klom de partij dan ook van 9 naar 24 zetels.  Probleem was dat eigenlijk niemand met de PVV wilde regeren, vanwege diens ‘grof wegzetten’ van een hele bevolkingsgroep: de Nederlandse moslims, diens felle anti-Europese standpunten en het imago dat Nederland zou krijgen in het buitenland. Maar ook omdat er binnen de partij veel geruzie was. Als je daarmee in zee zou gaan, was de kans groot dat er snel nieuwe verkiezingen moesten worden uitgeschreven, zo werd gedacht.
De  VVD en het CDA (Christen-Democratisch Appèl) wilden per se wel regeren. Samen hadden ze echter te weinig zetels voor het vormen van een meerderheidskabinet. En dus werd een absurde constructie uit de kast getrokken: die van de PVV als gedoogpartij. Ofwel: Het CDA en de VVD vormen een  minderheidskabinet dat steun van de PVV krijgt op onderling afgesproken punten, waarmee er een meerderheid behaald werd in de Tweede Kamer. Afgesproken is dat die steun vooral programmatisch is, niet ideologisch.
Een handige constructie, zo was het idee. Het kabinet kon gaan regeren en de PVV kon zeggen wat ze wilde over moslims, migranten en buitenlandse leiders. Wilders maakte toch geen deel uit van de regering, dus de regerende coalitiepartijen konden zich van die standpunten distantiëren wanneer nodig. Het imago van Nederland zou onbeschadigd blijven. Dat blijkt een jaar verder een misvatting. Het buitenland begrijpt vaak geen snars van die gedoogconstructie. Voor de doorsnee Bulgaar of Italiaan maakt Wilders deel uit van de regering. Bovendien bleken ook best wel wat VVD en het CDA politici sympathie te hebben voor de anti-migranten standpunten van Wilders. Zo liet bijvoorbeeld CDA-leider en minister van Economische Zaken Maxime Verhagen weten het terecht te vinden dat veel Nederlanders bang zijn voor buitenlandse invloeden.
Voor velen, zeker mensen in het buitenland, lijkt de opkomst van dit ‘nieuwe’ intolerante op zichzelf gerichte Nederland nieuw. Ik denk dat de wortels (kiemen) er al lagen. Onder een aanzienlijk deel van de bevolking, zeker die op het platteland en lager opgeleide arbeiders in de steden – was er al langer sprake van angst voor buitenlanders. ‘Wat de boer niet kent, dat eet hij niet’ is een bekende Nederlandse uitdrukking. Ofwel: met onbekenden ga je niet om. Tolerantie staat dan gelijk aan zwijgen.
De Nederlandse ‘tolerantie’ heeft zijn wortels in ons eigenaardige systeem van verzuiling, dat stamt uit het begin van de vorige eeuw. Een zuil was gebaseerd op een levensbeschouwelijke of confessionele karakteristiek; je had de katholieke zuil, de protestantse maar ook de socialistische. Iedere zuil had zijn eigen kerk, krant, politieke partij en scholen. ‘Samen maar apart’, werd dit systeem sprookjesachtig samengevat. Ik zou het eerder ‘co-existeren’ (naast elkaar bestaan) noemen. Want in praktijk betekent verzuiling toch vaak: ieder voor zich. Een goed voorbeeld zijn de tv- en radiozenders bij de publieke omroepen. Er is bij ons een katholieke omroep, een protestantse enzovoorts. Die omroepen krijgen budget en zendtijd op basis van het aantal leden dat ze hebben. Je zou denken: dan fuseer je toch. Maar dat is vanwege de verschillende denkwijzen extreem moeilijk. Er wordt eerder geconcurreerd.

Lange tijd liep het soepel. De meeste Nederlanders hadden goedbetaald werk en konden uitzien naar een riant pensioen. De gezondheidszorg, school en woningen waren betaalbaar. Van een uitkering kon je redelijk leven. Ondertussen groeide echter de kloof tussen de politieke elite en de burgers. Vooral dat deel dat lager opgeleid was, begreep niets meer van het ‘gewauwel’ van politici, die onder het mom van ‘het Nederlandse poldermodel’ probeerden iedere belanghebbende tevreden te stellen en zo een ondoordringbaar woud van protocollen, richtlijnen en compromissen creëerden.
Maar er waren wel allerlei problemen. Die met softdrugs bijvoorbeеld. In tegenstelling tot wat veel buitenlanders denken is het gebruik van sofdrugs in Nederland bij wet verboden. Tegen overtreding werd en wordt echter niet opgetreden. Het idee erachter is dat je zo gebruik en verkoop beter kunt reguleren. Dit beleid werkte echter niet zoals het was beoogd. Doordat de rest van Europa wel streng optrad kreeg Nederland hordes (massa’s) drugstoeristen binnen. Regelmatig werd er – via loopjongens (koeriers) – softdrugs verkocht aan jongeren onder de achttien. En ook harddrugs kwamen via coffeeshops de straat op. Junks zaten gewoon op het schoolplein te slikken of te spuiten. De politie trad er te weinig tegenop.

En ja, er waren problemen met migranten. Het ging daarbij nog steeds om een klein percentage van de tien procent niet-westers migranten die in Nederland (totaal 16,7 miljoen inwoners) woonden; vaak Marokkaanse crimineeltjes die de buurt onveilig maakten. Maar die groep werd – deels vanwege de stroperige overlegcultuur – niet daadkrachtig aangepakt. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.En juist autochtone Nederlanders in de onderste bevolkingslaag had daar last van. Zij woonden in achterstandwijken, hadden te maken met overlast.
Ze uitten hun klachten, maar er werd weinig geluisterd. En bovenal was er geen politieke partij die hun grieven verwoordde. Dat gebeurde wel eind jaren negentig, toen politicus Pim Fortuin durfde te zeggen dat de cultuur van moslims achterlijk was. Anderen volgden, waaronder journalist en presentator Theo van Gogh die moslims uitmaakte voor ‘geitenneukers’ en samen met VVD-politica Ayaan Hirsi Ali de film Submission maakte; over de onderdrukking van moslimvrouwen. Zowel Van Gogh als Fortuin werden letterlijk de mond gesnoerd. Fortuin werd vermoord door een extreem linkse radicaal, Van Gogh door een moslimextremist.
Sinds 2009 is ook Nederland flink getroffen door de economische crisis. Er wordt fors bezuinigd. Op de gezondheidszorg, de kinderopvang, op de pensioenen. Mensen zijn bang geworden, onzeker. Nogal eens baseren ze hun beslissingen eerder op onderbuikgevoelens dan op rationele overwegingen. In die poel van ontevredenheid duikt de PVV, met het kabinet in zijn kielzog. De peilen worden gericht op de ‘linkse’ politici, die veel te soft zijn geweest. Op moslims die zich niet conformeren aan onze normen en waarden, wat die ook moge zijn. En aan andere migranten zoals Polen en Bulgaren, die ‘ons’ werk zouden inpikken, massaal misbruik zouden maken van het toch al slinkende sociale systeem en voor overlast zorgen door drankmisbruik. Boosheid was er ook over de EU, dat ‘gulzige monster’, waar Nederland fors geld aan leverde, maar die geen enkele rekening hield met de Nederlandse belangen.

In dit licht past ook het Nederlandse veto tegen de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenie. De PVV wil het liefst ‘onmiddellijk’ het EU-lidmaatschap van deze ‘corrupte boevennesten’  terugdraaien. De regering kan dit soort dingen uit goed fatsoen niet zeggen. Maar ze vindt wel dat Bulgarije en Roemenie nog te corrupt zijn, te weinig doen aan de bestrijding van de misdaad in eigen land en niet in staat zijn hun grenzen goed te bewaken. Terwijl de Europese Commissie meent dat de twee landen wel aan de toelatingsvoorwaarden voldoen, denkt Nederland dat uitstel van toetreding tot Schengen een stok is om mee te slaan.

Het is een naïeve gedachte. Door de Nederlandse blokkade komen er echt niet minder Roemenen en Bulgaren naar Nederland. Die kunnen al vrij hierheen reizen. Net als criminelen. Het lijkt daarom zinniger om meer te investeren in de aanpak van corruptie en de georganiseerde misdaad op Europees niveau. Maar Nederland speelt in op het gevoel van de burgers: en dat zegt: die lui willen we hier niet.
Er komen zeker goede zaken voort uit het minder liberale Nederlandse beleid. Als moeder van een dochtertje van acht kan ik me wel vinden in de ideeen om coffeeshops op 350 meter van scholen te sluiten. Maar ik ben, en samen met mij veel Hollanders, absoluut niet te spreken over de manier waarop Nederland omgaat met (aankomende) migranten en buitenlanders.  Ze vragen zich af wat ons kabinet moet met zo’n populist, die zich enkel bedient van holle retoriek. Zeker vlak na het aantreden van de regering Rutte stonden de kranten en tijdschriften bol van opiniestukken van bekende en minder bekende Nederlanders die zich kapot schaamden voor hun land. Ze zagen de verworvenheden op het gebied van vluchtelingen en migranten in de prullenbak belanden.
En ze verbaasden zich met open mond verbaasden over het gebrek aan realiteitsbesef van dit nieuwe kabinet. De multiculturele samenleving in Nederland is immers al een feit. Wie landt op Schiphol, ziet hoe bruin, wit en zwart door elkaar loopt en werkt, dat op reclame-affiches ook meiden met een hoofddoek staan. Die mensen kun je niet meer wegsturen, daarin moet je investeren.
Vooral ook omdat Nederland migranten hard nodig heeft. Zeker in de toekomst. De bevolking vergrijst snel en het geboortecijfer onder de eigen bevolking is dramatisch laag. Bovendien emigreren er steeds meer Nederlanders naar het buitenland. Er dreigt een arbeidstekort dat alleen maar opgevangen kan worden door arbeiders uit het buitenland.
Migranten zijn ook nodig om het slecht betaalde, zware seizoenswerk te doen. We kunnen niet zonder Poolse aspergestekers, Bulgaarse schoonmaaksters en Roemeense uitbeners. Die mensen werken daar eenvoudigweg omdat Nederlanders dit werk niet willen doen. En omdat Nederlandse werkgevers winst willen maken door illegale Bulgaarse en Roemeense werknemers uit te buiten. Vorige week nog werden 70 Bulgaren aangehouden die illegaal bij een champignonteler werkten. Ze verdienden 3 euro netto per uur  – minstens 5 euro onder het officiële minimum uurtarief. Migranten buiten houden heeft geen enkele zin, zolang er geen orde op zaken is gesteld in Nederland zelf.
Ons kabinet lijkt een zware dobber te hebben aan Wilders. Keer op keer zijn er confrontaties, vooral vanwege zijn loze beledigende woorden en loze ideeën, waarvan de uitvoering ervan zo goed als onmogelijk is. De ‘kopvoddentaks’ bijvoorbeeld is wettelijk en praktisch zo goed als onuitvoerbaar en bovendien tegen de Nederlandse grondwet, want discriminatie. Je zou dan ook het dragen van een joods keppeltje moeten belasten. Andere zaken die Wilders bepleit: alle grenzen dicht, Bulgarije en Roemenie weer uit de EU zijn van hetzelfde kaliber. Het clasht (botst) dan ook regelmatig tussen regeringspartijen en PVV. In mei bijvoorbeeld, toen PVV-leider Wilders de steun aan Griekenland wilde stoppen en meende dat het land de eurozone moest verlaten. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vond die uitlatingen ‘onverantwoord’, en liet weten het ‘volstrekt oneens’ te zijn met Wilders’ standpunten over Europa. En onlangs dus toen het ging om de ‘islamitische aap’. De oppositie vraagt zich inmiddels verbijsterd af hoe lang het kabinet de PVV van Wilders nog gedoogd.
Maar blijkbaar is het pluche van de regeringszetel te aanlokkelijk en het verlangen naar macht te groot om de PVV af te stoten. Kennelijk vinden onze politici het noodzakelijker om de angst te laten regeren, dan om te proberen deze weg te nemen. Je kunt je inmiddels afvragen of de PVV niet gewoon zegt wat de coalitiepartijen eigenlijk in ‘t geniep denken.
Het gaat bij Wilders vooralsnog meer om woorden dan daden. Toch kan al dat ‘stoere geschreeuw’ wel degelijk kwaad. Want als een politicus een Turkse premier een ‘aap’ mag noemen, waarom mag je dan je Turkse buurman niet ook zo betitelen? Als we in Nederland in deze sfeer van ‘wij en zij’ zo met elkaar blijven omgaan, creëren we een samenleving waarin etnische groepen tegenover elkaar staan in plaats van met elkaar leven. Een hoop Nederlanders begrepen dat al en vertrokken. Het aantal Nederlanders dat emigreert naar het buitenland is dit jaar wederom gestegen. Deels heeft dit te maken met werk en financiële omstandigheden, maar zeker ook met de verhardende sfeer. Het is gewoon niet meer zo leuk om hier te wonen.

(Dit artikel verscheen in vertaling van Sonnimir Pantschevski op 28-10-2011 in de Bulgaarse krant Kapital – zie www.capital.bg. Voor de PDF van dit artikel in het Bulgaars zie de Bulgaarse tag op deze website)

Vervolg… Bang Nederland Het bijna xenofobe ‘wereldbeeld’ dat Nederland lijkt te hebben kan vooral geschreven worden op conto van de gedoogpartij van het kabinet Rutte: de PVV van Geert Wilders. De PVV werd opgericht in 2005, nadat Wilders uit de VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie) was gestapt. De partij kreeg sinds die tijd een groeiende aanhang, vooral door tekeer te gaan tegen moslims en de islam: Volgens Wilders zijn moskeeën “haatpaleizen” en moet er een ‘kopvoddentaks’ komen op het dragen van een hoofddoek. Verder is de PVV tegen ‘iedere uitbreiding van de EU’ en wil het een slot op Europa tegen migranten. De ‘ijkpersonen’ van deze partij zijn Henk en Ingrid, twee lager opgeleide Nederlanders die al hard werkend geconfronteerd worden met hun – volgens de PVV – onaangepaste allochtone buren en politici die niet naar hun klachten luisteren. Door de economische crisis hebben Henk en Ingrid te maken met de dreiging van werkeloosheid, een hogere pensioengerechtigde leeftijd en minder koopkracht. Deze groep van Nederlanders vormen het ideale electoraat van de PVV. De partij richt zich in haar programma niet op links of rechts, maar pikt daar elementen uit die mensen als Henk en Ingrid aanspreken: van ‘rechts’ de hardere maatregelen tegen (criminele) migranten, van ‘links’ het in stand houden van  een comfortabel sociaal vangnet. De PVV belooft het allemaal, in een taal die iedereen begrijpt.
Tijdens de parlementsverkiezingen van 2010 klom de partij dan ook van 9 naar 24 zetels.  Probleem was dat eigenlijk niemand met de PVV wilde regeren, vanwege diens ‘grof wegzetten’ van een hele bevolkingsgroep: de Nederlandse moslims, diens felle anti-Europese standpunten en het imago dat Nederland zou krijgen in het buitenland. Maar ook omdat er binnen de partij veel geruzie was. Als je daarmee in zee zou gaan, was de kans groot dat er snel nieuwe verkiezingen moesten worden uitgeschreven, zo werd gedacht.
De  VVD en het CDA (Christen-Democratisch Appèl) wilden per se wel regeren. Samen hadden ze echter te weinig zetels voor het vormen van een meerderheidskabinet. En dus werd een absurde constructie uit de kast getrokken: die van de PVV als gedoogpartij. Ofwel: Het CDA en de VVD vormen een  minderheidskabinet dat steun van de PVV krijgt op onderling afgesproken punten, waarmee er een meerderheid behaald werd in de Tweede Kamer. Afgesproken is dat die steun vooral programmatisch is, niet ideologisch.
Een handige constructie, zo was het idee. Het kabinet kon gaan regeren en de PVV kon zeggen wat ze wilde over moslims, migranten en buitenlandse leiders. Wilders maakte toch geen deel uit van de regering, dus de regerende coalitiepartijen konden zich van die standpunten distantiëren wanneer nodig. Het imago van Nederland zou onbeschadigd blijven. Dat blijkt een jaar verder een misvatting. Het buitenland begrijpt vaak geen snars van die gedoogconstructie. Voor de doorsnee Bulgaar of Italiaan maakt Wilders deel uit van de regering. Bovendien bleken ook best wel wat VVD en het CDA politici sympathie te hebben voor de anti-migranten standpunten van Wilders. Zo liet bijvoorbeeld CDA-leider en minister van Economische Zaken Maxime Verhagen weten het terecht te vinden dat veel Nederlanders bang zijn voor buitenlandse invloeden.
Voor velen, zeker mensen in het buitenland, lijkt de opkomst van dit ‘nieuwe’ intolerante op zichzelf gerichte Nederland nieuw. Ik denk dat de wortels (kiemen) er al lagen. Onder een aanzienlijk deel van de bevolking, zeker die op het platteland en lager opgeleide arbeiders in de steden – was er al langer sprake van angst voor buitenlanders. ‘Wat de boer niet kent, dat eet hij niet’ is een bekende Nederlandse uitdrukking. Ofwel: met onbekenden ga je niet om. Tolerantie staat dan gelijk aan zwijgen.
De Nederlandse ‘tolerantie’ heeft zijn wortels in ons eigenaardige systeem van verzuiling, dat stamt uit het begin van de vorige eeuw. Een zuil was gebaseerd op een levensbeschouwelijke of confessionele karakteristiek; je had de katholieke zuil, de protestantse maar ook de socialistische. Iedere zuil had zijn eigen kerk, krant, politieke partij en scholen. ‘Samen maar apart’, werd dit systeem sprookjesachtig samengevat. Ik zou het eerder ‘co-existeren’ (naast elkaar bestaan) noemen. Want in praktijk betekent verzuiling toch vaak: ieder voor zich. Een goed voorbeeld zijn de tv- en radiozenders bij de publieke omroepen. Er is bij ons een katholieke omroep, een protestantse enzovoorts. Die omroepen krijgen budget en zendtijd op basis van het aantal leden dat ze hebben. Je zou denken: dan fuseer je toch. Maar dat is vanwege de verschillende denkwijzen extreem moeilijk. Er wordt eerder geconcurreerd.

Lange tijd liep het soepel. De meeste Nederlanders hadden goedbetaald werk en konden uitzien naar een riant pensioen. De gezondheidszorg, school en woningen waren betaalbaar. Van een uitkering kon je redelijk leven. Ondertussen groeide echter de kloof tussen de politieke elite en de burgers. Vooral dat deel dat lager opgeleid was, begreep niets meer van het ‘gewauwel’ van politici, die onder het mom van ‘het Nederlandse poldermodel’ probeerden iedere belanghebbende tevreden te stellen en zo een ondoordringbaar woud van protocollen, richtlijnen en compromissen creëerden.
Maar er waren wel allerlei problemen. Die met softdrugs bijvoorbeеld. In tegenstelling tot wat veel buitenlanders denken is het gebruik van sofdrugs in Nederland bij wet verboden. Tegen overtreding werd en wordt echter niet opgetreden. Het idee erachter is dat je zo gebruik en verkoop beter kunt reguleren. Dit beleid werkte echter niet zoals het was beoogd. Doordat de rest van Europa wel streng optrad kreeg Nederland hordes (massa’s) drugstoeristen binnen. Regelmatig werd er – via loopjongens (koeriers) – softdrugs verkocht aan jongeren onder de achttien. En ook harddrugs kwamen via coffeeshops de straat op. Junks zaten gewoon op het schoolplein te slikken of te spuiten. De politie trad er te weinig tegenop.

En ja, er waren problemen met migranten. Het ging daarbij nog steeds om een klein percentage van de tien procent niet-westers migranten die in Nederland (totaal 16,7 miljoen inwoners) woonden; vaak Marokkaanse crimineeltjes die de buurt onveilig maakten. Maar die groep werd – deels vanwege de stroperige overlegcultuur – niet daadkrachtig aangepakt. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.En juist autochtone Nederlanders in de onderste bevolkingslaag had daar last van. Zij woonden in achterstandwijken, hadden te maken met overlast.
Ze uitten hun klachten, maar er werd weinig geluisterd. En bovenal was er geen politieke partij die hun grieven verwoordde. Dat gebeurde wel eind jaren negentig, toen politicus Pim Fortuin durfde te zeggen dat de cultuur van moslims achterlijk was. Anderen volgden, waaronder journalist en presentator Theo van Gogh die moslims uitmaakte voor ‘geitenneukers’ en samen met VVD-politica Ayaan Hirsi Ali de film Submission maakte; over de onderdrukking van moslimvrouwen. Zowel Van Gogh als Fortuin werden letterlijk de mond gesnoerd. Fortuin werd vermoord door een extreem linkse radicaal, Van Gogh door een moslimextremist.
Sinds 2009 is ook Nederland flink getroffen door de economische crisis. Er wordt fors bezuinigd. Op de gezondheidszorg, de kinderopvang, op de pensioenen. Mensen zijn bang geworden, onzeker. Nogal eens baseren ze hun beslissingen eerder op onderbuikgevoelens dan op rationele overwegingen. In die poel van ontevredenheid duikt de PVV, met het kabinet in zijn kielzog. De peilen worden gericht op de ‘linkse’ politici, die veel te soft zijn geweest. Op moslims die zich niet conformeren aan onze normen en waarden, wat die ook moge zijn. En aan andere migranten zoals Polen en Bulgaren, die ‘ons’ werk zouden inpikken, massaal misbruik zouden maken van het toch al slinkende sociale systeem en voor overlast zorgen door drankmisbruik. Boosheid was er ook over de EU, dat ‘gulzige monster’, waar Nederland fors geld aan leverde, maar die geen enkele rekening hield met de Nederlandse belangen.

In dit licht past ook het Nederlandse veto tegen de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenie. De PVV wil het liefst ‘onmiddellijk’ het EU-lidmaatschap van deze ‘corrupte boevennesten’  terugdraaien. De regering kan dit soort dingen uit goed fatsoen niet zeggen. Maar ze vindt wel dat Bulgarije en Roemenie nog te corrupt zijn, te weinig doen aan de bestrijding van de misdaad in eigen land en niet in staat zijn hun grenzen goed te bewaken. Terwijl de Europese Commissie meent dat de twee landen wel aan de toelatingsvoorwaarden voldoen, denkt Nederland dat uitstel van toetreding tot Schengen een stok is om mee te slaan.

Het is een naïeve gedachte. Door de Nederlandse blokkade komen er echt niet minder Roemenen en Bulgaren naar Nederland. Die kunnen al vrij hierheen reizen. Net als criminelen. Het lijkt daarom zinniger om meer te investeren in de aanpak van corruptie en de georganiseerde misdaad op Europees niveau. Maar Nederland speelt in op het gevoel van de burgers: en dat zegt: die lui willen we hier niet.
Er komen zeker goede zaken voort uit het minder liberale Nederlandse beleid. Als moeder van een dochtertje van acht kan ik me wel vinden in de ideeen om coffeeshops op 350 meter van scholen te sluiten. Maar ik ben, en samen met mij veel Hollanders, absoluut niet te spreken over de manier waarop Nederland omgaat met (aankomende) migranten en buitenlanders.  Ze vragen zich af wat ons kabinet moet met zo’n populist, die zich enkel bedient van holle retoriek. Zeker vlak na het aantreden van de regering Rutte stonden de kranten en tijdschriften bol van opiniestukken van bekende en minder bekende Nederlanders die zich kapot schaamden voor hun land. Ze zagen de verworvenheden op het gebied van vluchtelingen en migranten in de prullenbak belanden.
En ze verbaasden zich met open mond verbaasden over het gebrek aan realiteitsbesef van dit nieuwe kabinet. De multiculturele samenleving in Nederland is immers al een feit. Wie landt op Schiphol, ziet hoe bruin, wit en zwart door elkaar loopt en werkt, dat op reclame-affiches ook meiden met een hoofddoek staan. Die mensen kun je niet meer wegsturen, daarin moet je investeren.
Vooral ook omdat Nederland migranten hard nodig heeft. Zeker in de toekomst. De bevolking vergrijst snel en het geboortecijfer onder de eigen bevolking is dramatisch laag. Bovendien emigreren er steeds meer Nederlanders naar het buitenland. Er dreigt een arbeidstekort dat alleen maar opgevangen kan worden door arbeiders uit het buitenland.
Migranten zijn ook nodig om het slecht betaalde, zware seizoenswerk te doen. We kunnen niet zonder Poolse aspergestekers, Bulgaarse schoonmaaksters en Roemeense uitbeners. Die mensen werken daar eenvoudigweg omdat Nederlanders dit werk niet willen doen. En omdat Nederlandse werkgevers winst willen maken door illegale Bulgaarse en Roemeense werknemers uit te buiten. Vorige week nog werden 70 Bulgaren aangehouden die illegaal bij een champignonteler werkten. Ze verdienden 3 euro netto per uur  – minstens 5 euro onder het officiële minimum uurtarief. Migranten buiten houden heeft geen enkele zin, zolang er geen orde op zaken is gesteld in Nederland zelf.
Ons kabinet lijkt een zware dobber te hebben aan Wilders. Keer op keer zijn er confrontaties, vooral vanwege zijn loze beledigende woorden en loze ideeën, waarvan de uitvoering ervan zo goed als onmogelijk is. De ‘kopvoddentaks’ bijvoorbeeld is wettelijk en praktisch zo goed als onuitvoerbaar en bovendien tegen de Nederlandse grondwet, want discriminatie. Je zou dan ook het dragen van een joods keppeltje moeten belasten. Andere zaken die Wilders bepleit: alle grenzen dicht, Bulgarije en Roemenie weer uit de EU zijn van hetzelfde kaliber. Het clasht (botst) dan ook regelmatig tussen regeringspartijen en PVV. In mei bijvoorbeeld, toen PVV-leider Wilders de steun aan Griekenland wilde stoppen en meende dat het land de eurozone moest verlaten. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vond die uitlatingen ‘onverantwoord’, en liet weten het ‘volstrekt oneens’ te zijn met Wilders’ standpunten over Europa. En onlangs dus toen het ging om de ‘islamitische aap’. De oppositie vraagt zich inmiddels verbijsterd af hoe lang het kabinet de PVV van Wilders nog gedoogd.
Maar blijkbaar is het pluche van de regeringszetel te aanlokkelijk en het verlangen naar macht te groot om de PVV af te stoten. Kennelijk vinden onze politici het noodzakelijker om de angst te laten regeren, dan om te proberen deze weg te nemen. Je kunt je inmiddels afvragen of de PVV niet gewoon zegt wat de coalitiepartijen eigenlijk in ‘t geniep denken.
Het gaat bij Wilders vooralsnog meer om woorden dan daden. Toch kan al dat ‘stoere geschreeuw’ wel degelijk kwaad. Want als een politicus een Turkse premier een ‘aap’ mag noemen, waarom mag je dan je Turkse buurman niet ook zo betitelen? Als we in Nederland in deze sfeer van ‘wij en zij’ zo met elkaar blijven omgaan, creëren we een samenleving waarin etnische groepen tegenover elkaar staan in plaats van met elkaar leven. Een hoop Nederlanders begrepen dat al en vertrokken. Het aantal Nederlanders dat emigreert naar het buitenland is dit jaar wederom gestegen. Deels heeft dit te maken met werk en financiële omstandigheden, maar zeker ook met de verhardende sfeer. Het is gewoon niet meer zo leuk om hier te wonen.

(Dit artikel verscheen in vertaling van Sonnimir Pantschevski op 28-10-2011 in de Bulgaarse krant Kapital – zie www.capital.bg. Voor de PDF van dit artikel in het Bulgaars zie de Bulgaarse tag op deze website) 

Vervolg… Bang Nederland Het bijna xenofobe ‘wereldbeeld’ dat Nederland lijkt te hebben kan vooral geschreven worden op conto van de gedoogpartij van het kabinet Rutte: de PVV van Geert Wilders. De PVV werd opgericht in 2005, nadat Wilders uit de VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie) was gestapt. De partij kreeg sinds die tijd een groeiende aanhang, vooral door tekeer te gaan tegen moslims en de islam: Volgens Wilders zijn moskeeën “haatpaleizen” en moet er een ‘kopvoddentaks’ komen op het dragen van een hoofddoek. Verder is de PVV tegen ‘iedere uitbreiding van de EU’ en wil het een slot op Europa tegen migranten. De ‘ijkpersonen’ van deze partij zijn Henk en Ingrid, twee lager opgeleide Nederlanders die al hard werkend geconfronteerd worden met hun – volgens de PVV – onaangepaste allochtone buren en politici die niet naar hun klachten luisteren. Door de economische crisis hebben Henk en Ingrid te maken met de dreiging van werkeloosheid, een hogere pensioengerechtigde leeftijd en minder koopkracht. Deze groep van Nederlanders vormen het ideale electoraat van de PVV. De partij richt zich in haar programma niet op links of rechts, maar pikt daar elementen uit die mensen als Henk en Ingrid aanspreken: van ‘rechts’ de hardere maatregelen tegen (criminele) migranten, van ‘links’ het in stand houden van  een comfortabel sociaal vangnet. De PVV belooft het allemaal, in een taal die iedereen begrijpt.
Tijdens de parlementsverkiezingen van 2010 klom de partij dan ook van 9 naar 24 zetels.  Probleem was dat eigenlijk niemand met de PVV wilde regeren, vanwege diens ‘grof wegzetten’ van een hele bevolkingsgroep: de Nederlandse moslims, diens felle anti-Europese standpunten en het imago dat Nederland zou krijgen in het buitenland. Maar ook omdat er binnen de partij veel geruzie was. Als je daarmee in zee zou gaan, was de kans groot dat er snel nieuwe verkiezingen moesten worden uitgeschreven, zo werd gedacht.
De  VVD en het CDA (Christen-Democratisch Appèl) wilden per se wel regeren. Samen hadden ze echter te weinig zetels voor het vormen van een meerderheidskabinet. En dus werd een absurde constructie uit de kast getrokken: die van de PVV als gedoogpartij. Ofwel: Het CDA en de VVD vormen een  minderheidskabinet dat steun van de PVV krijgt op onderling afgesproken punten, waarmee er een meerderheid behaald werd in de Tweede Kamer. Afgesproken is dat die steun vooral programmatisch is, niet ideologisch.
Een handige constructie, zo was het idee. Het kabinet kon gaan regeren en de PVV kon zeggen wat ze wilde over moslims, migranten en buitenlandse leiders. Wilders maakte toch geen deel uit van de regering, dus de regerende coalitiepartijen konden zich van die standpunten distantiëren wanneer nodig. Het imago van Nederland zou onbeschadigd blijven. Dat blijkt een jaar verder een misvatting. Het buitenland begrijpt vaak geen snars van die gedoogconstructie. Voor de doorsnee Bulgaar of Italiaan maakt Wilders deel uit van de regering. Bovendien bleken ook best wel wat VVD en het CDA politici sympathie te hebben voor de anti-migranten standpunten van Wilders. Zo liet bijvoorbeeld CDA-leider en minister van Economische Zaken Maxime Verhagen weten het terecht te vinden dat veel Nederlanders bang zijn voor buitenlandse invloeden.
Voor velen, zeker mensen in het buitenland, lijkt de opkomst van dit ‘nieuwe’ intolerante op zichzelf gerichte Nederland nieuw. Ik denk dat de wortels (kiemen) er al lagen. Onder een aanzienlijk deel van de bevolking, zeker die op het platteland en lager opgeleide arbeiders in de steden – was er al langer sprake van angst voor buitenlanders. ‘Wat de boer niet kent, dat eet hij niet’ is een bekende Nederlandse uitdrukking. Ofwel: met onbekenden ga je niet om. Tolerantie staat dan gelijk aan zwijgen.
De Nederlandse ‘tolerantie’ heeft zijn wortels in ons eigenaardige systeem van verzuiling, dat stamt uit het begin van de vorige eeuw. Een zuil was gebaseerd op een levensbeschouwelijke of confessionele karakteristiek; je had de katholieke zuil, de protestantse maar ook de socialistische. Iedere zuil had zijn eigen kerk, krant, politieke partij en scholen. ‘Samen maar apart’, werd dit systeem sprookjesachtig samengevat. Ik zou het eerder ‘co-existeren’ (naast elkaar bestaan) noemen. Want in praktijk betekent verzuiling toch vaak: ieder voor zich. Een goed voorbeeld zijn de tv- en radiozenders bij de publieke omroepen. Er is bij ons een katholieke omroep, een protestantse enzovoorts. Die omroepen krijgen budget en zendtijd op basis van het aantal leden dat ze hebben. Je zou denken: dan fuseer je toch. Maar dat is vanwege de verschillende denkwijzen extreem moeilijk. Er wordt eerder geconcurreerd.

Lange tijd liep het soepel. De meeste Nederlanders hadden goedbetaald werk en konden uitzien naar een riant pensioen. De gezondheidszorg, school en woningen waren betaalbaar. Van een uitkering kon je redelijk leven. Ondertussen groeide echter de kloof tussen de politieke elite en de burgers. Vooral dat deel dat lager opgeleid was, begreep niets meer van het ‘gewauwel’ van politici, die onder het mom van ‘het Nederlandse poldermodel’ probeerden iedere belanghebbende tevreden te stellen en zo een ondoordringbaar woud van protocollen, richtlijnen en compromissen creëerden.
Maar er waren wel allerlei problemen. Die met softdrugs bijvoorbeеld. In tegenstelling tot wat veel buitenlanders denken is het gebruik van sofdrugs in Nederland bij wet verboden. Tegen overtreding werd en wordt echter niet opgetreden. Het idee erachter is dat je zo gebruik en verkoop beter kunt reguleren. Dit beleid werkte echter niet zoals het was beoogd. Doordat de rest van Europa wel streng optrad kreeg Nederland hordes (massa’s) drugstoeristen binnen. Regelmatig werd er – via loopjongens (koeriers) – softdrugs verkocht aan jongeren onder de achttien. En ook harddrugs kwamen via coffeeshops de straat op. Junks zaten gewoon op het schoolplein te slikken of te spuiten. De politie trad er te weinig tegenop.

En ja, er waren problemen met migranten. Het ging daarbij nog steeds om een klein percentage van de tien procent niet-westers migranten die in Nederland (totaal 16,7 miljoen inwoners) woonden; vaak Marokkaanse crimineeltjes die de buurt onveilig maakten. Maar die groep werd – deels vanwege de stroperige overlegcultuur – niet daadkrachtig aangepakt. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.En juist autochtone Nederlanders in de onderste bevolkingslaag had daar last van. Zij woonden in achterstandwijken, hadden te maken met overlast.
Ze uitten hun klachten, maar er werd weinig geluisterd. En bovenal was er geen politieke partij die hun grieven verwoordde. Dat gebeurde wel eind jaren negentig, toen politicus Pim Fortuin durfde te zeggen dat de cultuur van moslims achterlijk was. Anderen volgden, waaronder journalist en presentator Theo van Gogh die moslims uitmaakte voor ‘geitenneukers’ en samen met VVD-politica Ayaan Hirsi Ali de film Submission maakte; over de onderdrukking van moslimvrouwen. Zowel Van Gogh als Fortuin werden letterlijk de mond gesnoerd. Fortuin werd vermoord door een extreem linkse radicaal, Van Gogh door een moslimextremist.
Sinds 2009 is ook Nederland flink getroffen door de economische crisis. Er wordt fors bezuinigd. Op de gezondheidszorg, de kinderopvang, op de pensioenen. Mensen zijn bang geworden, onzeker. Nogal eens baseren ze hun beslissingen eerder op onderbuikgevoelens dan op rationele overwegingen. In die poel van ontevredenheid duikt de PVV, met het kabinet in zijn kielzog. De peilen worden gericht op de ‘linkse’ politici, die veel te soft zijn geweest. Op moslims die zich niet conformeren aan onze normen en waarden, wat die ook moge zijn. En aan andere migranten zoals Polen en Bulgaren, die ‘ons’ werk zouden inpikken, massaal misbruik zouden maken van het toch al slinkende sociale systeem en voor overlast zorgen door drankmisbruik. Boosheid was er ook over de EU, dat ‘gulzige monster’, waar Nederland fors geld aan leverde, maar die geen enkele rekening hield met de Nederlandse belangen.

In dit licht past ook het Nederlandse veto tegen de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenie. De PVV wil het liefst ‘onmiddellijk’ het EU-lidmaatschap van deze ‘corrupte boevennesten’  terugdraaien. De regering kan dit soort dingen uit goed fatsoen niet zeggen. Maar ze vindt wel dat Bulgarije en Roemenie nog te corrupt zijn, te weinig doen aan de bestrijding van de misdaad in eigen land en niet in staat zijn hun grenzen goed te bewaken. Terwijl de Europese Commissie meent dat de twee landen wel aan de toelatingsvoorwaarden voldoen, denkt Nederland dat uitstel van toetreding tot Schengen een stok is om mee te slaan.

Het is een naïeve gedachte. Door de Nederlandse blokkade komen er echt niet minder Roemenen en Bulgaren naar Nederland. Die kunnen al vrij hierheen reizen. Net als criminelen. Het lijkt daarom zinniger om meer te investeren in de aanpak van corruptie en de georganiseerde misdaad op Europees niveau. Maar Nederland speelt in op het gevoel van de burgers: en dat zegt: die lui willen we hier niet.
Er komen zeker goede zaken voort uit het minder liberale Nederlandse beleid. Als moeder van een dochtertje van acht kan ik me wel vinden in de ideeen om coffeeshops op 350 meter van scholen te sluiten. Maar ik ben, en samen met mij veel Hollanders, absoluut niet te spreken over de manier waarop Nederland omgaat met (aankomende) migranten en buitenlanders.  Ze vragen zich af wat ons kabinet moet met zo’n populist, die zich enkel bedient van holle retoriek. Zeker vlak na het aantreden van de regering Rutte stonden de kranten en tijdschriften bol van opiniestukken van bekende en minder bekende Nederlanders die zich kapot schaamden voor hun land. Ze zagen de verworvenheden op het gebied van vluchtelingen en migranten in de prullenbak belanden.
En ze verbaasden zich met open mond verbaasden over het gebrek aan realiteitsbesef van dit nieuwe kabinet. De multiculturele samenleving in Nederland is immers al een feit. Wie landt op Schiphol, ziet hoe bruin, wit en zwart door elkaar loopt en werkt, dat op reclame-affiches ook meiden met een hoofddoek staan. Die mensen kun je niet meer wegsturen, daarin moet je investeren.
Vooral ook omdat Nederland migranten hard nodig heeft. Zeker in de toekomst. De bevolking vergrijst snel en het geboortecijfer onder de eigen bevolking is dramatisch laag. Bovendien emigreren er steeds meer Nederlanders naar het buitenland. Er dreigt een arbeidstekort dat alleen maar opgevangen kan worden door arbeiders uit het buitenland.
Migranten zijn ook nodig om het slecht betaalde, zware seizoenswerk te doen. We kunnen niet zonder Poolse aspergestekers, Bulgaarse schoonmaaksters en Roemeense uitbeners. Die mensen werken daar eenvoudigweg omdat Nederlanders dit werk niet willen doen. En omdat Nederlandse werkgevers winst willen maken door illegale Bulgaarse en Roemeense werknemers uit te buiten. Vorige week nog werden 70 Bulgaren aangehouden die illegaal bij een champignonteler werkten. Ze verdienden 3 euro netto per uur  – minstens 5 euro onder het officiële minimum uurtarief. Migranten buiten houden heeft geen enkele zin, zolang er geen orde op zaken is gesteld in Nederland zelf.
Ons kabinet lijkt een zware dobber te hebben aan Wilders. Keer op keer zijn er confrontaties, vooral vanwege zijn loze beledigende woorden en loze ideeën, waarvan de uitvoering ervan zo goed als onmogelijk is. De ‘kopvoddentaks’ bijvoorbeeld is wettelijk en praktisch zo goed als onuitvoerbaar en bovendien tegen de Nederlandse grondwet, want discriminatie. Je zou dan ook het dragen van een joods keppeltje moeten belasten. Andere zaken die Wilders bepleit: alle grenzen dicht, Bulgarije en Roemenie weer uit de EU zijn van hetzelfde kaliber. Het clasht (botst) dan ook regelmatig tussen regeringspartijen en PVV. In mei bijvoorbeeld, toen PVV-leider Wilders de steun aan Griekenland wilde stoppen en meende dat het land de eurozone moest verlaten. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vond die uitlatingen ‘onverantwoord’, en liet weten het ‘volstrekt oneens’ te zijn met Wilders’ standpunten over Europa. En onlangs dus toen het ging om de ‘islamitische aap’. De oppositie vraagt zich inmiddels verbijsterd af hoe lang het kabinet de PVV van Wilders nog gedoogd.
Maar blijkbaar is het pluche van de regeringszetel te aanlokkelijk en het verlangen naar macht te groot om de PVV af te stoten. Kennelijk vinden onze politici het noodzakelijker om de angst te laten regeren, dan om te proberen deze weg te nemen. Je kunt je inmiddels afvragen of de PVV niet gewoon zegt wat de coalitiepartijen eigenlijk in ‘t geniep denken.
Het gaat bij Wilders vooralsnog meer om woorden dan daden. Toch kan al dat ‘stoere geschreeuw’ wel degelijk kwaad. Want als een politicus een Turkse premier een ‘aap’ mag noemen, waarom mag je dan je Turkse buurman niet ook zo betitelen? Als we in Nederland in deze sfeer van ‘wij en zij’ zo met elkaar blijven omgaan, creëren we een samenleving waarin etnische groepen tegenover elkaar staan in plaats van met elkaar leven. Een hoop Nederlanders begrepen dat al en vertrokken. Het aantal Nederlanders dat emigreert naar het buitenland is dit jaar wederom gestegen. Deels heeft dit te maken met werk en financiële omstandigheden, maar zeker ook met de verhardende sfeer. Het is gewoon niet meer zo leuk om hier te wonen.

(Dit artikel verscheen in vertaling van Sonnimir Pantschevski op 28-10-2011 in de Bulgaarse krant Kapital – zie www.capital.bg. Voor de PDF van dit artikel in het Bulgaars zie de Bulgaarse tag op deze website)

Vervolg… Bang Nederland Het bijna xenofobe ‘wereldbeeld’ dat Nederland lijkt te hebben kan vooral geschreven worden op conto van de gedoogpartij van het kabinet Rutte: de PVV van Geert Wilders. De PVV werd opgericht in 2005, nadat Wilders uit de VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie) was gestapt. De partij kreeg sinds die tijd een groeiende aanhang, vooral door tekeer te gaan tegen moslims en de islam: Volgens Wilders zijn moskeeën “haatpaleizen” en moet er een ‘kopvoddentaks’ komen op het dragen van een hoofddoek. Verder is de PVV tegen ‘iedere uitbreiding van de EU’ en wil het een slot op Europa tegen migranten. De ‘ijkpersonen’ van deze partij zijn Henk en Ingrid, twee lager opgeleide Nederlanders die al hard werkend geconfronteerd worden met hun – volgens de PVV – onaangepaste allochtone buren en politici die niet naar hun klachten luisteren. Door de economische crisis hebben Henk en Ingrid te maken met de dreiging van werkeloosheid, een hogere pensioengerechtigde leeftijd en minder koopkracht. Deze groep van Nederlanders vormen het ideale electoraat van de PVV. De partij richt zich in haar programma niet op links of rechts, maar pikt daar elementen uit die mensen als Henk en Ingrid aanspreken: van ‘rechts’ de hardere maatregelen tegen (criminele) migranten, van ‘links’ het in stand houden van  een comfortabel sociaal vangnet. De PVV belooft het allemaal, in een taal die iedereen begrijpt.
Tijdens de parlementsverkiezingen van 2010 klom de partij dan ook van 9 naar 24 zetels.  Probleem was dat eigenlijk niemand met de PVV wilde regeren, vanwege diens ‘grof wegzetten’ van een hele bevolkingsgroep: de Nederlandse moslims, diens felle anti-Europese standpunten en het imago dat Nederland zou krijgen in het buitenland. Maar ook omdat er binnen de partij veel geruzie was. Als je daarmee in zee zou gaan, was de kans groot dat er snel nieuwe verkiezingen moesten worden uitgeschreven, zo werd gedacht.
De  VVD en het CDA (Christen-Democratisch Appèl) wilden per se wel regeren. Samen hadden ze echter te weinig zetels voor het vormen van een meerderheidskabinet. En dus werd een absurde constructie uit de kast getrokken: die van de PVV als gedoogpartij. Ofwel: Het CDA en de VVD vormen een  minderheidskabinet dat steun van de PVV krijgt op onderling afgesproken punten, waarmee er een meerderheid behaald werd in de Tweede Kamer. Afgesproken is dat die steun vooral programmatisch is, niet ideologisch.
Een handige constructie, zo was het idee. Het kabinet kon gaan regeren en de PVV kon zeggen wat ze wilde over moslims, migranten en buitenlandse leiders. Wilders maakte toch geen deel uit van de regering, dus de regerende coalitiepartijen konden zich van die standpunten distantiëren wanneer nodig. Het imago van Nederland zou onbeschadigd blijven. Dat blijkt een jaar verder een misvatting. Het buitenland begrijpt vaak geen snars van die gedoogconstructie. Voor de doorsnee Bulgaar of Italiaan maakt Wilders deel uit van de regering. Bovendien bleken ook best wel wat VVD en het CDA politici sympathie te hebben voor de anti-migranten standpunten van Wilders. Zo liet bijvoorbeeld CDA-leider en minister van Economische Zaken Maxime Verhagen weten het terecht te vinden dat veel Nederlanders bang zijn voor buitenlandse invloeden.
Voor velen, zeker mensen in het buitenland, lijkt de opkomst van dit ‘nieuwe’ intolerante op zichzelf gerichte Nederland nieuw. Ik denk dat de wortels (kiemen) er al lagen. Onder een aanzienlijk deel van de bevolking, zeker die op het platteland en lager opgeleide arbeiders in de steden – was er al langer sprake van angst voor buitenlanders. ‘Wat de boer niet kent, dat eet hij niet’ is een bekende Nederlandse uitdrukking. Ofwel: met onbekenden ga je niet om. Tolerantie staat dan gelijk aan zwijgen.
De Nederlandse ‘tolerantie’ heeft zijn wortels in ons eigenaardige systeem van verzuiling, dat stamt uit het begin van de vorige eeuw. Een zuil was gebaseerd op een levensbeschouwelijke of confessionele karakteristiek; je had de katholieke zuil, de protestantse maar ook de socialistische. Iedere zuil had zijn eigen kerk, krant, politieke partij en scholen. ‘Samen maar apart’, werd dit systeem sprookjesachtig samengevat. Ik zou het eerder ‘co-existeren’ (naast elkaar bestaan) noemen. Want in praktijk betekent verzuiling toch vaak: ieder voor zich. Een goed voorbeeld zijn de tv- en radiozenders bij de publieke omroepen. Er is bij ons een katholieke omroep, een protestantse enzovoorts. Die omroepen krijgen budget en zendtijd op basis van het aantal leden dat ze hebben. Je zou denken: dan fuseer je toch. Maar dat is vanwege de verschillende denkwijzen extreem moeilijk. Er wordt eerder geconcurreerd.

Lange tijd liep het soepel. De meeste Nederlanders hadden goedbetaald werk en konden uitzien naar een riant pensioen. De gezondheidszorg, school en woningen waren betaalbaar. Van een uitkering kon je redelijk leven. Ondertussen groeide echter de kloof tussen de politieke elite en de burgers. Vooral dat deel dat lager opgeleid was, begreep niets meer van het ‘gewauwel’ van politici, die onder het mom van ‘het Nederlandse poldermodel’ probeerden iedere belanghebbende tevreden te stellen en zo een ondoordringbaar woud van protocollen, richtlijnen en compromissen creëerden.
Maar er waren wel allerlei problemen. Die met softdrugs bijvoorbeеld. In tegenstelling tot wat veel buitenlanders denken is het gebruik van sofdrugs in Nederland bij wet verboden. Tegen overtreding werd en wordt echter niet opgetreden. Het idee erachter is dat je zo gebruik en verkoop beter kunt reguleren. Dit beleid werkte echter niet zoals het was beoogd. Doordat de rest van Europa wel streng optrad kreeg Nederland hordes (massa’s) drugstoeristen binnen. Regelmatig werd er – via loopjongens (koeriers) – softdrugs verkocht aan jongeren onder de achttien. En ook harddrugs kwamen via coffeeshops de straat op. Junks zaten gewoon op het schoolplein te slikken of te spuiten. De politie trad er te weinig tegenop.

En ja, er waren problemen met migranten. Het ging daarbij nog steeds om een klein percentage van de tien procent niet-westers migranten die in Nederland (totaal 16,7 miljoen inwoners) woonden; vaak Marokkaanse crimineeltjes die de buurt onveilig maakten. Maar die groep werd – deels vanwege de stroperige overlegcultuur – niet daadkrachtig aangepakt. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.En juist autochtone Nederlanders in de onderste bevolkingslaag had daar last van. Zij woonden in achterstandwijken, hadden te maken met overlast.
Ze uitten hun klachten, maar er werd weinig geluisterd. En bovenal was er geen politieke partij die hun grieven verwoordde. Dat gebeurde wel eind jaren negentig, toen politicus Pim Fortuin durfde te zeggen dat de cultuur van moslims achterlijk was. Anderen volgden, waaronder journalist en presentator Theo van Gogh die moslims uitmaakte voor ‘geitenneukers’ en samen met VVD-politica Ayaan Hirsi Ali de film Submission maakte; over de onderdrukking van moslimvrouwen. Zowel Van Gogh als Fortuin werden letterlijk de mond gesnoerd. Fortuin werd vermoord door een extreem linkse radicaal, Van Gogh door een moslimextremist.
Sinds 2009 is ook Nederland flink getroffen door de economische crisis. Er wordt fors bezuinigd. Op de gezondheidszorg, de kinderopvang, op de pensioenen. Mensen zijn bang geworden, onzeker. Nogal eens baseren ze hun beslissingen eerder op onderbuikgevoelens dan op rationele overwegingen. In die poel van ontevredenheid duikt de PVV, met het kabinet in zijn kielzog. De peilen worden gericht op de ‘linkse’ politici, die veel te soft zijn geweest. Op moslims die zich niet conformeren aan onze normen en waarden, wat die ook moge zijn. En aan andere migranten zoals Polen en Bulgaren, die ‘ons’ werk zouden inpikken, massaal misbruik zouden maken van het toch al slinkende sociale systeem en voor overlast zorgen door drankmisbruik. Boosheid was er ook over de EU, dat ‘gulzige monster’, waar Nederland fors geld aan leverde, maar die geen enkele rekening hield met de Nederlandse belangen.

In dit licht past ook het Nederlandse veto tegen de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenie. De PVV wil het liefst ‘onmiddellijk’ het EU-lidmaatschap van deze ‘corrupte boevennesten’  terugdraaien. De regering kan dit soort dingen uit goed fatsoen niet zeggen. Maar ze vindt wel dat Bulgarije en Roemenie nog te corrupt zijn, te weinig doen aan de bestrijding van de misdaad in eigen land en niet in staat zijn hun grenzen goed te bewaken. Terwijl de Europese Commissie meent dat de twee landen wel aan de toelatingsvoorwaarden voldoen, denkt Nederland dat uitstel van toetreding tot Schengen een stok is om mee te slaan.

Het is een naïeve gedachte. Door de Nederlandse blokkade komen er echt niet minder Roemenen en Bulgaren naar Nederland. Die kunnen al vrij hierheen reizen. Net als criminelen. Het lijkt daarom zinniger om meer te investeren in de aanpak van corruptie en de georganiseerde misdaad op Europees niveau. Maar Nederland speelt in op het gevoel van de burgers: en dat zegt: die lui willen we hier niet.
Er komen zeker goede zaken voort uit het minder liberale Nederlandse beleid. Als moeder van een dochtertje van acht kan ik me wel vinden in de ideeen om coffeeshops op 350 meter van scholen te sluiten. Maar ik ben, en samen met mij veel Hollanders, absoluut niet te spreken over de manier waarop Nederland omgaat met (aankomende) migranten en buitenlanders.  Ze vragen zich af wat ons kabinet moet met zo’n populist, die zich enkel bedient van holle retoriek. Zeker vlak na het aantreden van de regering Rutte stonden de kranten en tijdschriften bol van opiniestukken van bekende en minder bekende Nederlanders die zich kapot schaamden voor hun land. Ze zagen de verworvenheden op het gebied van vluchtelingen en migranten in de prullenbak belanden.
En ze verbaasden zich met open mond verbaasden over het gebrek aan realiteitsbesef van dit nieuwe kabinet. De multiculturele samenleving in Nederland is immers al een feit. Wie landt op Schiphol, ziet hoe bruin, wit en zwart door elkaar loopt en werkt, dat op reclame-affiches ook meiden met een hoofddoek staan. Die mensen kun je niet meer wegsturen, daarin moet je investeren.
Vooral ook omdat Nederland migranten hard nodig heeft. Zeker in de toekomst. De bevolking vergrijst snel en het geboortecijfer onder de eigen bevolking is dramatisch laag. Bovendien emigreren er steeds meer Nederlanders naar het buitenland. Er dreigt een arbeidstekort dat alleen maar opgevangen kan worden door arbeiders uit het buitenland.
Migranten zijn ook nodig om het slecht betaalde, zware seizoenswerk te doen. We kunnen niet zonder Poolse aspergestekers, Bulgaarse schoonmaaksters en Roemeense uitbeners. Die mensen werken daar eenvoudigweg omdat Nederlanders dit werk niet willen doen. En omdat Nederlandse werkgevers winst willen maken door illegale Bulgaarse en Roemeense werknemers uit te buiten. Vorige week nog werden 70 Bulgaren aangehouden die illegaal bij een champignonteler werkten. Ze verdienden 3 euro netto per uur  – minstens 5 euro onder het officiële minimum uurtarief. Migranten buiten houden heeft geen enkele zin, zolang er geen orde op zaken is gesteld in Nederland zelf.
Ons kabinet lijkt een zware dobber te hebben aan Wilders. Keer op keer zijn er confrontaties, vooral vanwege zijn loze beledigende woorden en loze ideeën, waarvan de uitvoering ervan zo goed als onmogelijk is. De ‘kopvoddentaks’ bijvoorbeeld is wettelijk en praktisch zo goed als onuitvoerbaar en bovendien tegen de Nederlandse grondwet, want discriminatie. Je zou dan ook het dragen van een joods keppeltje moeten belasten. Andere zaken die Wilders bepleit: alle grenzen dicht, Bulgarije en Roemenie weer uit de EU zijn van hetzelfde kaliber. Het clasht (botst) dan ook regelmatig tussen regeringspartijen en PVV. In mei bijvoorbeeld, toen PVV-leider Wilders de steun aan Griekenland wilde stoppen en meende dat het land de eurozone moest verlaten. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vond die uitlatingen ‘onverantwoord’, en liet weten het ‘volstrekt oneens’ te zijn met Wilders’ standpunten over Europa. En onlangs dus toen het ging om de ‘islamitische aap’. De oppositie vraagt zich inmiddels verbijsterd af hoe lang het kabinet de PVV van Wilders nog gedoogd.
Maar blijkbaar is het pluche van de regeringszetel te aanlokkelijk en het verlangen naar macht te groot om de PVV af te stoten. Kennelijk vinden onze politici het noodzakelijker om de angst te laten regeren, dan om te proberen deze weg te nemen. Je kunt je inmiddels afvragen of de PVV niet gewoon zegt wat de coalitiepartijen eigenlijk in ‘t geniep denken.
Het gaat bij Wilders vooralsnog meer om woorden dan daden. Toch kan al dat ‘stoere geschreeuw’ wel degelijk kwaad. Want als een politicus een Turkse premier een ‘aap’ mag noemen, waarom mag je dan je Turkse buurman niet ook zo betitelen? Als we in Nederland in deze sfeer van ‘wij en zij’ zo met elkaar blijven omgaan, creëren we een samenleving waarin etnische groepen tegenover elkaar staan in plaats van met elkaar leven. Een hoop Nederlanders begrepen dat al en vertrokken. Het aantal Nederlanders dat emigreert naar het buitenland is dit jaar wederom gestegen. Deels heeft dit te maken met werk en financiële omstandigheden, maar zeker ook met de verhardende sfeer. Het is gewoon niet meer zo leuk om hier te wonen.

(Dit artikel verscheen in vertaling van Sonnimir Pantschevski op 28-10-2011 in de Bulgaarse krant Kapital – zie www.capital.bg. Voor de PDF van dit artikel in het Bulgaars zie de Bulgaarse tag op deze website) Voor de Bulgaarse versie op de website van Capital, klik hier

Tags:

Gerelateerd

‘Pure maffia is het’

Bulgarije lijkt zich meer af te keren van de Europese Unie

Tijdschrift Donau

Europa kan zijn grootste minderheid niet beschermen

Bulgarije heeft Roma hard nodig

Bulgaren vrezen voor ‘zigeunerland’

“Een gehandicapt kind is hier niets waard”

Kritiek op Roma-uitzetting door Frankrijk is hypocriet

In Bulgarije. Een vertwijfelde natie op weg naar Europa

Waarom niet Bulgarije?

‘Hot spot’ Sofia

Vertragend, maar niet rampzalig

Economische crisis in Bulgarije

Simeon van Saksen-Koburg-Gotha: Opkomst en ondergang van een verloren zoon

Bulgarije worstelt met zijn Turkse verleden