Welkom in Bulgarije

29 april 2012


Het is 26 graden en de zon schijnt vol, maar verder komt me een hoop ellende tegemoet hier in Sofia. Uit de mond van mijn schoonmoeder, dat wel. Maar die is meestal niet van de roddels en dus is het echte ellende,met een paar kleine korreltjes zout. Ze klaagt over de zigeuners. De grijze blokkendoos aan de rand van Sofia waar ons appartement – 6e etage – zich bevindt ligt op een steenworp afstand van een van de grootste zigeunergetto´s van Europa: fakulteta, door Bulgaren ook wel ‘ fuck-alteta’ genoemd. In de containers voor de flat jumpen de hele dag door Romakinderen in en uit het vuilnis, tussen de verrotte komkommers en de maanverbandjes die ik er net heb ingegooid. Het is stuitend, maar het enige wat je kunt doen is de maandverbandjes van de komkommer te scheiden, zodat ze de goede delen er nog af kunnen halen, zonder de resten van mijn maandverband in de salade te verwerken. Gatver ja, maar zo is hier de dagelijkse werkelijkheid.  We moeten uitkijken met sieraden en horloges op straat, zegt mijn schoonmoeder. De onderbuurvrouw kreeg vorige week een kind van een jaar of 8 om haar nek, die dook gewoon bovenop haar en trok haar gouden oorbellen uit haar oren. Een andere vriendin raakte zo ook haar gouden kettingen kwijt enzovoorts. En ’s avonds durft niemand van de buren meer in het donker naar de container te lopen, want ze springen er zomaar uit, die kinderen: whaah. Ze schudt haar hoofd. ‘Ze hebben honger, de arme kinderen.’ Het racisme is ook gegroeid, zegt ze. De zigeunerkinderen die door de straat zwerven, worden nu zonder omhaal uitgescholden en nagejouwd. Ik kan het na een uur Sofia niet beoordelen. Het lijkt me niet veel erger dan een paar maanden geleden, toen ik ook die verhalen hoorde. Maar het stemt weinig vrolijk, ondanks het fantastische weer. Nu ik dit schrijf hier aan de keukentafel hoog boven de straat en de containers, hoor ik 3 zwerfhonden naar elkaar blaffen. Een bekende wetenschapper is een maand ofzo geleden door een hond doodgebeten. Mijn kind is acht. Straks gaan we buiten spelen.

Welkom in Bulgarije. Morgen schrijf ik wat leuks…

Fout omgedraaid

31 maart 2011

Iedereen op de school van mijn dochtertje praat erover: de dood van de driejarige kleuter in het Verdomhoekje, Lombok, Utrecht, op 2 minuten afstand van de straat waar ik woon. Het Verdomhoekje is een buurt met voornamelijk huurwoningen en een gemengde bevolking, vaak (zeer) laag opgeleid, veel autochtone Utrechters, traditionele Marokkaanse families. Het kind zou naar dezelfde school gaan als mijn dochtertje. Het jongetje werd zondag dood gevonden. Er popt ineens een beeld bij me op, van die wat verwaarloosd uitziende vrouw met haar zoontje in de friettent tegenover Het Verdomhoekje. Het kind vroeg: “Mama, en wanneer is pappa er dan weer?. “Niet snel”, had ze schamperend gezegd, meer tot de rest van de klanten, dan tot haar zoon. “Die zit nog wel even vast.”  Alweer een hele tijd geleden sprak ik een maatschappelijk werker. Die nam Het Verdomhoekje als voorbeeld van een buurt waar je  een heel leger aan hulpverleners op kunt zetten. Deels omdat het volgens hem ‘in de genen zat’. Deels omdat de omstandigheden waarin de mensen wonen, voeding blijft voor huiselijk geweld, kindermishandeling en crimineel gedrag. “Daar kun je tegenop boksen, en dat moet ook blijven gebeuren”, zei hij. “Maar dat het er vaker misgaat dan gemiddeld blijft een feit.”  Ik weet niet hoeveel gezinnen in deze buurt te maken hebben met jeugdzorg. Ik schat vrij veel. En ik heb ook zo’n vermoeden dat er nogal eens getwijfeld is over uithuisplaatsingen. Maar dat is moeilijk tegenwoordig. Dat doe je niet zomaar. Niet voor het kind, want die moet toch zoveel mogelijk thuis kunnen opgroeien. En niet voor de meekijkende rest. Je moet van goede huize komen om omstanders ervan te overtuigen dat een kind echt beter af is als het niet bij zijn ouders woont. “Daar heb je jeugdzorg weer. Die halen gewoon maar kinderen weg.” Ik hoor het de ouders op het schoolplein zeggen.

Nu ging het dus mis. Een onnatuurlijk dood , volgens experts. De politie heeft de  moeder en stiefvader gearresteerd. De buren zijn geschokt. En boos. Op RTV-Utrecht vertelt een huilende vrouw dat haar kind altijd speelde met het jongetje. En waarom Bureau Jeugdzorg niets heeft gedaan. Want die had toch in moeten grijpen. Zo wordt het ook op RTV-Utrecht gebracht. “Jeugdzorg zal doorgelicht worden.” Alsof niet de ouders in het verdachtenbankje zitten, maar jeugdzorg. Pardon? Zijn het niet nog altijd de ouders die allereerst verantwoordelijk zijn voor hun kind. Dat die de veiligheid van hun (stief)zoon blijkbaar niet kunnen garanderen is intens triest. En dat er hulp voor het jongetje nodig was, zonneklaar. Het kan zijn dat die hulp gefaald heeft. Maar dat wil niet zeggen dat jeugdzorg verantwoordelijk is voor de dood van de kleuter. Dat lijkt me de boel – fout – omdraaien.

Elline is dood

19 oktober 2010

Er stond een klinisch oranje scherm achter de kist. Een foto ervoor. Ze keek naar ons met 1 schuin oog en 1 lachend opgetrokken mondhoek.  Hoeststil was het in de crematiezaal. Een beetje spanning voelbaar. Totdat Joost, die ik van gezicht ken, maar meer niet, vertelde. Over het rammen van huizen tijdens kraakacties en dat het Elline tussendoor lukte om een praatje te maken met de buren. “Hallo, wij gaan nu naar binnen hoor. Ram.” De zaal lachte. Even. In de verte hoorde je een snik. Nooit meer Elline, shitzooi.

Nee, ik kende haar niet goed. Ze was concierge in De Breuk, dat krakkemikkige pand aan de Damstraat, in de jaren negentig, toen ik daar een carriere als journalist probeerde op te bouwen. Ik herinner me een oude spijkerbroek, een losse paardenstaart, spijkers tussen tanden en heel veel sigaretten. Er waren grote ex-blikken olijfolie, die – omgedraaid – dienst deden als tafeltje tijdens borrels. In haar ‘hok’ lagen papiertjes en pennen nestjes naast elkaar. Er was een pot met dropjes. En de wit-zwart gevlekte hond met het blauwe en bruine oog. Bowie, ja, zo heette de hond. Hij leeft nog. Elline niet meer.  Ze is een decor in mijn herinnering. Niet meer. Nooit meer aangevuld. En daar moet ik van vloeken.

Vreemdeling op Oerol

19 juni 2010

Net terug van een paar daagjes Oerol . Met een vaag hoofd, een zacht lopende snotneus, maar boordevol goede indrukken. De sfeer was ongedwongen, tolerant. “Het is echt anders hoor, met die Oerolgangers, altijd leuk”, zoals de kapitein van de ‘Tiger’ het gedruis op de boot terug samenvatte. En dat moet ook wel, met 35.000 mensen op een eiland waar er normaal maar een paar duizend vertoeven. En waar je elkaar op het fietspad – in een pikdonker bos, deinend van de drank – recht in de ogen moet kijken om niet frontaal op elkander te knallen. Nee, geen gescheld of geknarsetand. Lees meer »

Hellen in tranen

29 december 2009

Het is zover. Na 17 jaar zijn ze niet meer:  Prospekt en Ablak, de twee bladen van het al eerder ter ziele gegane Oost-Europa Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Het een over de landen van de voormalige Sovjet-Unie, het tweede over Midden-Europa en de Balkan. Lees meer »

Thuisbevallen

28 november 2009

Cover Waar beval ik?Aaaaaaarch, half Nederland heeft het over wel of niet thuisbevallen. Althans zo’n gevoel heb ik. Toch word  ik niet gebeld om mijn – deskundige – mening te laten horen op radio en tv, om – al glimlachend- met mijn bijna-aan-literatuur-grenzende meesterwerk onder de arm, op de cover van Vrij Nederland te prijken. Lees meer »

Hellen in Bulgarije

7 augustus 2009

Op het strandOp het strand Arapya, aan de Zwarte Zee. Waar het leven nog relaxed is.